Een veelgebruikte en gemakkelijke methode om stenen te zetten, is de zogenaamde gladomzetting. Ik heb deze methode diverse keren gebruikt, zie de volgende ringen en hangers onder het item voorbeelden:
De eenvoudigste zetkast is dicht van onder en bedoeld voor ronde of ovale stenen met een platte onderkant (zogenaamde cabuchon-stenen), zie Ring met steen voor een voorbeeld.
 Je zaagt hiervoor een onderplaatje dat net wat groter is dan de steen.
 Dan maak je een mini-ringetje (de zetrand) dat precies om de steen heen past.
 De dikte van de strook zilver die je hiervoor gebruikt is maximaal 0,5 mm, maar liever slechts 0,3 mm. Hoe dunner het zilver, des te gemakkelijker kun je het straks over de steen heen duwen.
 De breedte van de strook hangt af van de zijkant van de steen. Loopt deze vanaf de onderkant al heel schuin naar boven, dan heb je maar een smal randje nodig om de steen vast te kunnen zetten. Loopt deze eerst een stukje recht omhoog en daarna pas schuin, dan moet hij wat breder zijn.
 Als het een ronde steen is kun je de lengte van de strook bepalen zoals je de maat van een gewone ring neemt (zie Ring op de gewenste maat maken). Je kunt ook de strook zilver strak om de steen heen vouwen en bij de overlapping afknippen of zagen. Verder solderen en passend maken zoals bij een gewone ring.
 Zorg dat de zijkanten van de mini-ring mooi glad zijn, je kunt hem hiervoor over een platte vijl wrijven. De zetrand is nu klaar.
 Soldeer de zetrand op het onderplaatje en kook het geheel af.
 Zaag nu het aan de buitenkant overstekende deel van de onderplaat strak langs de zetrand af. Met een vijl kun je dit nog eens extra strak afwerken.
 Maak het hele werkstuk verder af. Het zetten van de steen is het allerlaatste klusje dat je doet, anders beschadig je de steen. Ook het polijsten kun je het beste doen voordat je gaat zetten. Na het zetten hoef je dan nog alleen een beetje bij te werken.
 Leg de steen in het zetkastje en zet het werkstuk stevig vast, bijvoorbeeld in een ringkloof.
 Duw de zetrand met een zetpootje over de steen heen. Duw steeds op tegenover elkaar liggende punten, totdat de steen een beetje vast zit in het midden van de zetkast. Dit kost behoorlijk wat kracht, maar je ziet het randje langzaam over de rand schuiven. Zodra de rand overal gelijkmatig bij de steen aansluit, kun je de rand mooi afwerken met een bruneerstaal.
Bij stenen die doorzichtig zijn wordt de onderkant van de zetting open gelaten, zodat er meer licht door de steen kan vallen. Dit heb ik toegepast bij de Ring met topaas en de Hanger zon. Ook bij stenen die geen licht door laten kun je de onderkant open laten. Hierdoor voorkom je dat vuil en vocht zich verzamelt onder de steen.
Een zetkast die open is van onderen heeft geen onderplaatje waar de steen op rust, maar een klein randje aan de binnenkant van de zetkast. Dit randje is eigenlijk een tweede zetkastje aan de binnenkant dat net iets kleiner en net iets lager is. De binnen- en buitenkant van de zetkast moeten heel precies tegen elkaar passen en aan elkaar gesoldeerd worden. Je kunt het jezelf ook makkelijk maken door speciaal zetkastenband te kopen waar al zo'n randje aan zit.
Een zetkast voor een vierkante of rechthoekige steen is wat lastiger te maken dan een ronde of ovale, omdat de afmetingen nog preciezer moeten zijn. De hiervoor genoemde werkwijze voor ronde stenen is grotendeels hetzelfde. Voor het buigen van de hoeken zaag en vijl je echter de binnenkant van de zetrand op de buigpunten voor de helft of driekwart in. Deze hoeken moet je solderen aan de binnenkant van de zetkast . Zie het voorbeeld Ring met topaas.
|